Goed uit de verf – de heer René Paas
18443
post-template-default,single,single-post,postid-18443,single-format-standard,bridge-core-1.0.4,ajax_updown_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-18.0.9,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive

Goed uit de verf – de heer René Paas

Goed uit de verf – de heer René Paas

Commissaris van de Koning René Paas hield de volgende toespraak bij het uitreiken van het predicaat Bij Koningklijke Beschikking Hofeleverancier op ons honderdjarige jubileum. Het orgineel.

Goed uit de verf

Sommige feestjes zie je van ver al aankomen. Het honderdjarig bestaan van Verfzaak Muller, bijvoorbeeld. ‘Sinds 1920’, dus het moet er binnenkort wel van komen. Wat niet iedereen zag aankomen is de kers op het taartje in Musselkanaal. De gedroomde uitkomst van iets dat een jaar geleden, in november 2019, begon. De familie Muller stuurde toen een brief naar waarnemend burgemeester Froukje de Jonge. Een brief die begon met de aanhef ‘edelachtbare vrouw’.

En tegen de edelachtbare vrouw zeiden ze dat ze graag in aanmerking wilden komen voor het predicaat ‘Hofleverancier’. Vandaag mag ik het ze uitreiken. In aanwezigheid van een andere edelachtbare vrouw. Yvon van Mastrigt, de opvolger van Froukje de Jonge.

Het is een groot feest op een zeer beperkte schaal. Corona-proof. De feesttent ging niet door. De zaak is dicht en we zijn met weinig mensen, pijnlijk precies op anderhalve meter afstand. Maar vanaf vandaag is het een feit. Verfzaak Muller krijgt vandaag het recht om een koninklijk wapen te voeren, met de toevoeging ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier.’

Hofleverancier

Hofleverancier… Daarover bestaan een paar misverstanden. Huis ten Bosch is net opnieuw geverfd en behangen. Maar het is natuurlijk niet uitgesloten dat het Koninklijk Huis voortaan alle verfspullen in Musselkanaal bestelt. Toch is dat niet waar het om gaat bij hofleveranciers. Het predicaat is een onderscheiding die wordt toegekend door de koning. En een uiting van grote waardering voor de bedrijven die hofleverancier worden.

Niemand begint een bedrijf om hofleverancier te worden. Maar wie het wil worden, legt het de lat hoog.

Een onderscheiding waarvan weinig mensen door hebben hoe exclusief het is. Om de gedachten te bepalen: ook andere koninklijke onderscheidingen zijn heel bijzonder. Ik schat dat tussen de één en twee procent van de Nederlanders een Koninklijke Onderscheiding krijgt. Toch werden er alleen al bij de lintjesregen van dit jaar ruim drieduizend van uitgereikt. Hofleveranciers zijn veel schaarser. Volgens de Kamer van Koophandel waren er aan het begin van dit jaar 440.000 MKB-bedrijven. En toch zijn er nog geen zeshonderd Hofleverancier. Verfzaak Muller is de eerste dit jaar in Groningen. En pas de vierde in mijn bestaan als commissaris van de Koning.

Ik overhandig ze het predicaat dat hoort bij het wapenschild. Ze zijn bestemd voor kleine en middelgrote bedrijven met een regionale uitstraling. Bedrijven die minstens honderd jaar bestaan en die een onberispelijke reputatie hebben. Bij Muller weten ze inmiddels hoe streng de selectie is. Niemand begint een bedrijf om hofleverancier te worden. Maar wanneer een bedrijf het wil worden, legt het de lat hoog voor zichzelf.

Honderd jaar vakmanschap

Reden genoeg dus voor trots. Om het verzoek kracht bij te zetten heeft Verfzaak Muller een prachtig boek (en een mooie film) gemaakt van de afgelopen honderd jaar. Wie het boekje leest, leert er nieuwe woorden bij. Woorden uit de wereld van het schildersvak. Maar ook van interieur, van stoffering en van inrichting.

Met de paplepel. En met grondige scholing.

Voor de familie Muller is het gesneden koek. Zij kijken er vast niet van op. Maar mijn ogen bleven bij het lezen haken bij woorden als ‘vensterglas’, ‘glansgraad’ en ‘deurzink’. En ‘plakmeel’. Plakmeel? Ik hoorde ooit van een bakker gehoord dat je het poeder dat in de bakkerij wordt gebruikt voor de pudding in de puddingbroodjes, prima plakmeel is. Toen hij nog jong was, plakte de bakker er affiches voor concerten mee in de stad. Goed spul, dat plakmeel! De affiches hingen er vaak nog weken na het concert. Mijn echtgenote zou dit ‘Paas-oplossingen’ noemen. Spullen gebruiken voor doelen waarvoor een vakman ze zeker niet zou gebruiken.

Tot zo ver mijn discutabele tips. Want het vakmanschap bevindt zich bij de familie Muller. ‘Al drie generaties een gepassioneerd familiebedrijf’, staat trots op de website. En als er iets als een paal boven water staat, dan is het wel het grote vakmanschap dat de Mullers in de afgelopen honderd jaar hebben ontwikkeld. Met de paplepel. En met grondige scholing. Een vakmanschap dat niet stilstaat, maar voortdurend nieuwe wegen inslaat. En zo als het ware op de golven van de tijd meebeweegt.

Sieraad

Een verfzaak tussen de turfstekers. Zo begon het. De veenkoloniën werden een ‘sieraad voor de provincie’ genoemd. Hier gebeurde het. De Stad verdiende er dik geld mee. En heel Nederland kreeg het warm van Groningse turf. Strokarton, aardappelzetmeel en scheepsbouw vormden de rest van het decor voor de ontwikkeling van Verfzaak Muller.

Een klein bedrijf, dat door slim ondernemerschap nog altijd floreert.

Er is veel gebeurd. Niemand steekt meer turf. De strokartonindustrie is niet meer. De scheepsbouw is enorm conjunctuurgevoelig, hebben we ontdekt. En de oprichters van wat sinds vorig jaar de ‘Koninklijke Avebe’ heet zullen het huidige bedrijf waarschijnlijk maar met moeite herkennen.

Verfzaak Muller is ook een sieraad, een sieraad voor de Veenkoloniën. En daarmee een sieraad voor de provincie Groningen. Een klein bedrijf, dat door slim ondernemerschap nog altijd floreert. Soms met de wind volop in de zeilen, en door een slimme samenwerking met concurrenten zelfs werkgever voor 100 schilders eind jaren ’60, begin jaren ’70. Maar ook tijdens de oliecrisis en de donkerere beginjaren ’80 fier overeind gebleven.

Eigen accenten

Dat gebeurde door op tijd de bakens te verzetten. Door in gesprek te blijven met klanten en te zien wat de markt over een tijdje nodig heeft. Je wordt geen honderd jaar door stil te zitten. Je wordt geen honderd als je niet vernieuwt. En je wordt zeker niet heel goed in je vak als je alles bij het oude laat. Slechts vernieuwing kan behouden. Traditie is niet alleen iets wat je van generatie op generatie doorgeeft. Het is ook iets wat waar elke volgende generatie haar eigen accenten in plaatst.

de eerste filmsterren, die in Beverly Hills een optrekje lieten inrichten

Dat klinkt vanzelfsprekend. Maar dat is het niet. Zoals het ook niet vanzelfsprekend is dat je kinderen de zaak overnemen. En dan meer doen dan alleen overnemen. Ze bouwen het bedrijf ook uit, slaan nieuwe wegen in en houden het zo kerngezond. Door kennis die in decennia is opgebouwd te koppelen aan innovatie.

De oprichter van het bedrijf, Chris Muller, reisde de wereld rond. Hij kwam als ‘meesterschilder’ in aanraking met de eerste filmsterren, die in Beverly Hills een optrekje lieten inrichten. Van Beverly Hills naar Musselkanaal – ik denk dat het niet vaak voorkomt. Het zorgde generaties lang voor inspiratie. De jongste generatie Muller heeft doorgeleerd. Ze zijn scheikundig onderlegd en hebben zelfs Ben Feringa als leermeester. En ondertussen werken ze voor het familiebedrijf. Een verfhandelaar die is opgeleid door een Nobelprijswinnaar. ’t Kon minder!

Crisisbestendig

Wie honderd jaar oud is, stamt uit de nadagen van de Spaanse Griep. De beruchte grieppandemie die wereldwijd 20 tot 100 miljoen levens eiste, veel meer dan het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog die er aan vooraf ging. We bevinden ons momenteel middenin de coronacrisis. Onze economie en werkgelegenheid lijden er onder. En we bevinden ons in Nederland in een fase waarin de Staat de loonkosten draagt voor miljoenen werknemers. Dus we weten niet wat er gaat komen, ook niet in de Veenkoloniën, waar het qua werkgelegenheid nu al niet overhoudt.

Toch biedt ook deze crisis kansen. De coronatijd is ook de tijd waarin mensen de doe-het-zelf-winkels platlopen. Bij reuzen als Bauhaus of Hornbach staan de parkeerplaatsen bijna altijd vol auto’s. Het lijkt wel alsof iedereen met zijn huis en tuin bezig is. Want ook de tuincentra worden leeggekocht.

Je hoeft niet perse paleizen te stofferen. Met gewone woonhuizen is het druk genoeg.

Dat moet kansen bieden, ook voor Verfzaak Muller. ‘Als ik toch thuis werk’, hoor ik de laatste tijd, ‘dan kan ik mijn werkkamer maar net zo goed even opnieuw inrichten.’ Een nieuw behangetje of een nieuwe kleur aan de muur, nu toch maar eens de houten vloer opnieuw in de lak. Je hoeft niet perse paleizen te stofferen. Met gewone woonhuizen is het druk genoeg.

Kortom, geen crisis zonder kansen. Alle reden om hoopvol vooruit te kijken in de volgende eeuw van Verfzaak Muller. En om trots te zijn op deze mijlpaal. Verfzaak Muller is in de afgelopen eeuw heel behoorlijk uit de verf gekomen!